Kortverhaal (wedstrijd M)


Naar aanleiding van een wedstrijd uitgeschreven door museum M te Leuven, schreef ik volgend kortverhaal geïnspireerd op de schilderijen van Robert Devriendt.

Kortverhaal geïnspireerd op de schilderijen van Robert Devriendt.

Le Chasseur de Fetiches 2009

Door de blinddoek voor haar ogen zag ze niets. Geen spel meer van licht en schaduw. Ook het geluid werd gedempt door de blinddoek die haar oren half bedekte. Maar dat betekende niet dat ze alles wat om haar heen gebeurde minder intensief ging ervaren. Integendeel. In haar hoofd zag ze het allemaal scherp… als de afzonderlijke plaatjes van een oude 8mm-film… met de typische afgeronde hoekjes en al. Ze wist wat er gebeurde. Ze kon het voelen en proeven. Met haar geestesoog zág ze het ook allemaal gebeuren, maar gek genoeg voelde ze geen echte dreiging. Geen angst. Ze zag het verleden, het heden en de toekomst. En doordat haar zintuigen waren beperkt, vulde haar verbeelding het ontbrekende verder in. Heel gedetailleerd soms. Zo zag ze de kleur van het huis waarin ze zich opgesloten wist, de vorm van het dak, de auto waarmee ze hierheen gebracht was, de bosrijke omgeving waar ze ongetwijfeld doorheen gereden waren, het landschap verderop… Ze had zich ook meteen een beeld gevormd van deze kamer waarin ze zat. Op basis van het weerkaatsende geluid van zijn voetstappen, schatte ze de grootte ervan in. Ze wist ook dat er een zetel stond, want ze had de lucht horen ontsnappen uit het kussen toen hij was gaan zitten. Ook het uiterst gedetailleerde houtsnijwerk in de armleuning van de fauteuil zag ze zeer scherp. In andere omstandigheden had ze vast genoten van deze fijne kunstvorm. Achter de blinddoek sloot ze haar ogen en liet haar gedachten de vrije loop.

De tijd ging voorbij en wellicht was ze even bewusteloos geweest of had ze geslapen. Want ze hoorde hem niet meer.  Ze zat nog steeds op dezelfde plaats, geblinddoekt. Had ze nou gewoon in een verduisterde kamer gezeten, dan was ze inmiddels wel gewend geweest aan de duisternis en had ze misschien iets kunnen zien. Maar ze zag niets. Daarom ging ze verder met haar mentale exploratie. Zo zag ze zichzelf rondlopen in de kamer. Ze zag zichzelf zonder blinddoek, in haar groenblauwe topje, haar gezicht vrij vlak en uitdrukkingsloos. De kamer leek leeg, maar op één of andere manier proefde de lucht toch naar angst. Ze kon het niet helemaal definiëren. Het was alsof je naar een film keek en je het argeloze, kwetsbare en oh zo weerloze damhertje rustig zag grazen… en jij alleen – als toeschouwer – weet dat het roofdier zich iets verderop in de struiken schuilhoudt en zijn prooi steeds dichter nadert. Het damhertje is zich van geen gevaar bewust. Zo voelde ze het aan. En toen flitste de vraag door haar hoofd wiens angst ze nu eigenlijk proefde? Is het die van de toeschouwer… of die van de mogelijke prooi? 

Even loopt alles door elkaar zonder enige oriëntatie in tijd of ruimte. Misschien is datgene wat ze nu ziet wel al gebeurd… of is het de toekomst die ze ziet? Haar toekomst misschien? Ze weet op dat moment niet meer of ze nou prooi, roofdier of toeschouwer is… Is er nog iemand in deze kamer? Ze weet het niet. Is het slechts haar verbeelding die een vrijend koppeltje in de hoek van deze kamer plaatst… of is het haar heimelijk verlangen dat daarbij spreekt en is zij de vrouw op de sofa die zachtjes de blote torso van haar ontvoerder streelt?

Ze probeert zo onmerkbaar mogelijk de geur op te snuiven die de kamer vult. Het is een mannelijke geur. Muskusachtig. Het heeft ook iets dierlijks. Het versterkt haar angstgevoel. Even vraagt ze zich af of het haar eigen angst is die ze ruikt? Ze ziet zichzelf verder door de kamer stappen, haar hoofd langzaam draaiend van links naar rechts, alle details in zich opnemend. Er ligt een schoen op de grond. Een vrouwenschoen. Een sandaal is het. En dan opent haar mond zich in een schreeuw. Een schreeuw zonder geluid. Haar mond wijd opengesperd. Op haar hagelwitte tanden zijn hier en daar sporen te zien van de bloedrode lippenstift die ze vanmorgen nog opdeed. Maar er komt geen geluid. De sandaal die daar ligt, is de hare. Maar wat haar zo deed schrikken, is de hand die ze opeens zag. Een vrouwenhand. Een levenloze vrouwenhand. Haar hand. Bebloed. Levenloos. Er is geen ontkennen meer aan. Het is haar eigen einde dat ze hier ziet. 

En dan plots, als in een snel terugspoelende film, keert ze terug naar de realiteit. Ze zit op de stoel. Geblinddoekt. Ze ziet niets. Geen spel van licht en schaduw. Gedempte geluiden. De deur gaat open en ze hoort hoe hij binnenkomt. De kamer vult zich met een muskusachtige geur. Hij doet haar opstaan en neemt haar mee door de kamer, naar de sofa. Hij doet haar vest uit en ze zit in haar groenblauwe topje. Ze hoort en voelt hoe hij zijn eigen hemd open knoopt en vervolgens voelt ze hem friemelen met de sluiting van haar sandaal en hoort ze hoe hij die liefkoost. Wanneer hij haar vervolgens op de sofa neerduwt en hij zich op haar schoot vleit, opent ze haar mond als in een schreeuw. Hij kust haar. Het rood op haar tanden zijn geen sporen van de vanochtend zorgvuldig aangebrachte lippenstift. Het is haar bloed. En ze weet hoe dit eindigt. Als een déja-vu. Ze keert zich inwaarts… streelt gedachteloos zijn blote torso en haar ziel verdwaalt in het landschap dat voor haar geestesoog verschijnt…

2 reacties op Kortverhaal (wedstrijd M)

  1. anne vrancken zegt:

    Facinerend , geweldig , intrigerend een meesterstuk !Maak er aub een boek van , ik ben fan ! Prachtig martine veel succes !

    Like

  2. magda D'hoe zegt:

    amaai,….wat een fantasie, er is aan jou een schrijfster verloren gegaan….alhoewel, het is nog niet te laat!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s