Moeilijke dilemma’s


Soms zijn er momenten in ons leven waarin we heel snel soms heel moeilijke keuzes moeten maken… soms over onszelf, maar soms ook in verband met het leven en welzijn van anderen. En daarbij geldt dan denk ik maar één stelregel: eender welke beslissing je uiteindelijk neemt, zorg dat je ze voor jezelf kan verantwoorden en dat je met de gevolgen ervan kan leven.

Maandag 14 december 2009. ’s Middags krijg ik een telefoontje van de dame die de warme maaltijden van het OCMW aan huis levert.  Bij nonkel Maurice zijn nog alle rolluiken naar beneden en de deur zit op slot. Meteen slaat de schrik me om het hart, want dit is niet echt van zijn gewoonte. Ofschoon ik ook meteen moet toegeven dat zijn doen en laten van de laatste weken vaak afwijkt van zijn normale doen. Koortsachtig denk ik na over een snelle oplossing, want nonkel Maurice is natuurlijk niet de enige die warme maaltijden aan huis geleverd krijgt en de dame van het OCMW heeft dan ook geen overschot van tijd om dit probleem op te lossen. Mijn eerste gedachte gaat uit naar de buurvrouw die een sleutel heeft, maar meteen bedenk ik me dat ook dat weinig zin zal hebben vermits nonkel Maurice – sinds hij enkele jaren geleden een keertje overvallen werd in zijn eigen huis – ’s nachts ook zijn slaapkamerdeur op slot doet. Als er dus echt iets gebeurd is met de arme man, zullen we grotere middelen moeten inzetten. Maar enfin, nog niet meteen te veel doemdenken. Ik spreek met de dame van het OCMW af dat ze nog een aantal keer probeert om nonkel Maurice te wekken en mocht dat niet lukken dat ze dan eerst haar ronde verder afwerkt en aan het einde ervan terugkeert met zijn maaltijd… en ondertussen maak ik me klaar om zo snel mogelijk ter plaatse te geraken.

Een twintigtal minuten later kom ik aan bij het huis van nonkel Maurice en meteen kan ik opgelucht ademhalen. De rolluiken zijn omhoog, dus alles is okee. Wanneer ik bij hem binnenstap, zit hij aan de keukentafel te eten en zodra hij me ziet, dwaalt er een kleine glimlach rond zijn lippen. Hij wéét het wel, die kleine oude deugniet… dat hij me behoorlijk aan het schrikken gebracht heeft. Maar als ik nu naar zijn gezicht kijk, moet ik natuurlijk ook wel enigszins glimlachen. Toch wil ik hem ook even op het gevaar wijzen van het afsluiten van zijn slaapkamerdeur. Maar het is al snel duidelijk dat ik hem niet van die gewoonte zal kunnen afbrengen. Daarvoor zit de schrik van de overval er nog te veel in.

Wat me ook meteen opvalt, is dat hij een klein verband heeft net boven zijn rechteroog. Blijkt dat hij de vorige dag gevallen is en zich daarbij door de buurvrouw heeft laten verzorgen omdat het blijkbaar toch vrij hevig bloedde. Hij doet er vrij luchtig over, maar in mijn achterhoofd vraag ik me toch af of er een verband zou kunnen zijn tussen die val van gisteren en zijn toch wel wat ongewone lange slapen vandaag. Ik besluit dan ook nog even langs te gaan bij de buurvrouw. Voor alle zekerheid geef ik haar mijn GSM-nummer en vraag haar toch een beetje een oogje in het zeil te houden… want helemaal gerust ben ik er niet op.

De volgende dagen valt het me op dat nonkel Maurice de neiging heeft wat ‘schuin’ te lopen. Zijn ene schouder wat lager dan de andere en hij lijkt me ook wat ‘afweziger’ dan anders. Wanneer ik hem erover aanspreek en zeg dat het misschien beter zou zijn om de dokter even te laten langskomen, zegt hij dat die sowieso volgende week al komt. Ik voel dat ik niet moet aandringen en laat het er maar even bij. Maar op donderdag van diezelfde week krijgen we een herhaling van de gebeurtenissen op maandag. Opnieuw kan de dame die de warme maaltijden levert niet binnen. Terwijl de eerste sneeuwvlokken vallen, spring ik maar weer op mijn brommer en rij naar hem toe. En weer is de situatie opgelost wanneer ik daar aankom. Maar deze keer is er geen glimlach. Het lijkt wel of nonkel Maurice in die laatste drie dagen tien jaar ouder geworden is. Hij gaat ook steeds ‘schever’ lopen en ik begin me nu echt zorgen te maken en besluit toch de huisdokter te bellen. Maar op zo’n moment zal je niet anders zien dan dat deze net met verlof is. En om dan de dokter van wacht te bellen, terwijl de huisdokter toch volgende maandag langskomt… nou ja, dat wil ik de lieve oude man ook weer niet aandoen. Maar ik maak me wél zorgen… want nonkel Maurice ziet er niet alleen heel erg afwezig uit, hij is ook tamelijk verward, slechter te been dan ooit én bij het verzamelen van zijn vuile was merk ik dat hij zich nog méér bevuild heeft dan gewoonlijk. Toch rest me weinig anders dan weer huiswaarts te keren.

De volgende morgen belt nonkel Maurice me al om zeven uur ’s ochtends. Of ik kan langskomen om zijn bed te verschonen want hij heeft vannacht een ongelukje gehad. Met de sneeuw die er ligt, zie ik het niet meteen zitten om met de brommer naar hem toe te rijden en ik zeg hem dat ik pas in de loop van de late namiddag zal komen, wanneer mijn man thuis is en ik met de auto kan gaan. Maar hij blijft aandringen… heeft ineens ook allerlei dingen nodig van de buurtwinkel en de apotheek en dat alles verdraagt geen uitstel. Dus stap ik rond een uur of negen toch maar op de brommer. Wanneer ik bij nonkel Maurice aankom, schuifelt hij buiten op zijn oude houten klompen rond in de sneeuw… en je moet geen dokter zijn om te zien dat het niet goed met hem gaat. Tegen de tijd dat ik mijn brommer heb weggezet, staat hij aan zijn deur om binnen te gaan en kan ik hem eigenlijk maar net op tijd behoeden voor een val achterwaarts… zo wankel staat hij op zijn benen. Het valt me ook meteen op dat hij zich alweer bevuild heeft. Dit gaat echt niet goed. Ik besluit dan ook te wachten tot de thuisverpleegster er is om de toestand toch eens met haar te bespreken. Maar zij lijkt veel minder bezorgd om de toestand van nonkel Maurice dan ik. Nu is hij inmiddels ook weer iéts helderder dan toen ik aankwam, maar toch…

En dan wordt het zaterdag 19 december. De sneeuw ligt inmiddels een tiental centimeter dik. Zijn wankele toestand van gisteren indachtig, maak ik me behoorlijk veel zorgen over nonkel Maurice. Rond negen uur ’s ochtends ga ik dan ook een eerste keer bij hem langs… en eigenlijk vind ik hem in een vrij erbarmelijke toestand. Totaal afwezig en verward zit hij op een stoel naast de stoof… zijn broek op zijn knieën en helemaal bevuild. Ik neem meteen het heft in handen, haal een teil met water om hem te wassen en trek hem propere kleren aan. Vandaag loopt hij trouwens nog véél schever dan de dagen voordien. Ik heb hier een slecht voorgevoel bij. Omdat ik er helemaal niet gerust op ben, spring ik die dag wel vijf, zes keer bij nonkel Maurice binnen… en tref er telkens dezelfde dramatische toestand aan. Het is zo erg dat ik hem op een bepaald moment eigenlijk niet meer alleen durf te laten en uiteindelijk besluit om een ziekenwagen te bellen. Op de vraag wat er precies mis is, kan ik alleen maar antwoorden dat de lieve oude man niet goed is. Hij heeft geen beroerte of hartaanval, is ook niet echt ziek of zo… maar het gaat gewoon algemeen niet goed met hem. Eventjes vrees ik dat men niet eens een ziekenwagen zal willen sturen, maar blijkbaar is er iets in mijn verhaal wat de dame aan de telefoon toch overtuigt. De ziekenwagen komt er al vrij snel aan en het lijkt op dat moment ook de logica zelve dat ik met de ziekenwagen meerijd en bij nonkel Maurice blijf tijdens de vele onderzoeken. De dokters zijn trouwens dankbaar met de informatie die ik hen kan verstrekken.

Uiteindelijk is het middernacht wanneer ik weer huiswaarts keer. En na deze toch wel hectische week is het eigenlijk tijd om de hele situatie eens rustig te evalueren. En eerlijk gezegd kan ik maar tot één conclusie komen: eigenlijk is het niet meer verantwoord dat nonkel Maurice nog langer alleen blijft wonen. De thuiszorg is immers al tot het alleruiterste opgerekt en eigenlijk is dat nog onvoldoende… zo is nu wel duidelijk gebleken. Ik besluit dan ook om zo snel mogelijk een afspraak te maken met de sociale dienst van het ziekenhuis met het oog op een eventuele transfer vanuit het ziekenhuis rechtstreeks naar het rusthuis. Het is een beslissing die me niet licht valt, maar ik zie écht geen andere mogelijkheid. En enerzijds is die beslissing ook helemaal niet aan mij, denk ik dan… als echtgenote van de zoon van een nicht van nonkel Maurice… want zo zit ‘de familieband’ strikt genomen in elkaar. Maar anderzijds is er niemand van de vele neven en nichten die zich om nonkel Maurice bekommert… dus neem ik mijn verantwoordelijkheid en denk daarbij in eerste instantie aan het welzijn van nonkel Maurice zelf. Enfin, de sociaal assistente begrijpt de situatie helemaal en belooft de toestand met nonkel Maurice zelf te bespreken zodra hij weer wat helderder is. Want ook bij hem zie je in die eerste week van zijn opname die ziekenhuisverwardheid die zo typisch is voor oude zieke mensen.

Die verwardheid stelt me overigens al snel voor enkele moeilijke dilemma’s. Want nonkel Maurice is sinds kort dan wel ingeschreven in het plaatselijke rusthuis, maar voor het overige is er niets geregeld. Zo is er bijvoorbeeld geen bankvolmacht en ook elektronisch bankieren behoort niet tot de opties. Maar de rekeningen blijven natuurlijk wél gewoon in de bus vallen. Die eerste week maak ik me daar nog niet te veel zorgen over, maar naarmate zijn opname langer gaat duren en er blijkbaar niet meteen verbetering komt in zijn mentale toestand, wordt het wél een probleem. Nu zou je natuurlijk kunnen zeggen: laat de man toch gewoon de overschrijvingsformulieren tekenen… maar dat kan ik voor mezelf eenvoudigweg niet verantwoorden. Ik vind het echt ‘not done’ om iemand die niet meer in staat is de consequenties van het plaatsen van zijn handtekening te overzien, eender wat te laten ondertekenen… ook al gaat het dan ‘maar’ om de overschrijving van de factuur voor elektriciteits- of waterverbruik. Bovendien – zo speelt het toch in mijn achterhoofd – zou zoiets zich ook heel snel tegen mij kunnen keren mocht het fout aflopen en mocht nonkel Maurice overlijden. Want de nu afwezige neven en nichten zouden op zo’n moment wel eens eigenaardig uit de hoek kunnen komen. De enige ‘werkbare’ oplossing lijkt me dan ook dat ik nu ook voor nonkel Maurice een aanvraag indien tot het aanstellen van een voorlopig bewindvoerder. En dan wil ik ook best voor hem – net als voor mijn schoonmoeder en schoonbroer – dat mandaat waarnemen… zolang het maar ‘officieel’ geregeld is allemaal. Toch is ook dat makkelijker gezegd dan gedaan, want de dokter van het ziekenhuis mag de noodzakelijke geneeskundige verklaring niet invullen en de huisarts moet ‘de te beschermen persoon’ eigenlijk zélf onderzocht hebben. Dus besluiten we het allemaal maar uit te stellen tot nonkel Maurice uit het ziekenhuis ontslagen wordt. En inmiddels neem ik contact op met de verschillende maatschappijen van nutsvoorzieningen om uitstel van betaling te vragen.

Maar er is natuurlijk nog een véél belangrijkere beslissing te nemen: de opname in een rusthuis… en wel op die manier dat nonkel Maurice rechtstreeks vanuit het ziekenhuis naar het rusthuis kan. Inmiddels is trouwens ook duidelijk dat de mentale toestand van nonkel Maurice van dien aard geworden is dat een opname op de gesloten afdeling aangewezen is. Of het daarbij om dementie gaat, is op dat moment nog niet helemaal duidelijk… maar feit is dat zijn mentale toestand niet voldoende opklaart. En op dat moment word ik opnieuw geconfronteerd met dat ene rusthuis waar ik enkele maanden geleden was langsgeweest voor een eventuele opname van mijn schoonmoeder en waar de toestand eigenlijk erbarmelijk was… want net als toen is de kans op een snel vrijkomende plaats ook nu dáár weer het grootst. Maar ook nu wil ik echt alles in het werk stellen om te vermijden dat nonkel Maurice daar terecht komt. Voor mij is er maar één optie en dat is een opname in het plaatselijke rusthuis waar ook mijn schoonmoeder verblijft. Maar strikt genomen is die beslissing ook helemaal niet aan mij… maar aan nonkel Maurice zélf. Nu is het ook allemaal een beetje ‘bad timing’, want in de week van 10 januari ben ik gepland om samen met mijn man met de kankerliga een weekje door te brengen in ‘Ter Duinen’ te Nieuwpoort. Het is iets wat we als koppel ook best wel kunnen gebruiken na alles wat we het afgelopen anderhalf jaar hebben doorgemaakt. Bovendien ben ik al meer dan een maand alle voorbereidingen aan het treffen opdat de zorg voor mijn schoonbroer tijdens mijn afwezigheid wordt overgenomen. En soms moet je nou eenmaal gewoon even voor jezelf zorgen… dus besluiten we die week toch gewoon te laten doorgaan.

10 januari 2010. Voor ons vertrek naar Nieuwpoort zorg ik dat nonkel Maurice voldoende propere pyjama’s (en omwille van de vele ‘accidentjes’ zijn dat er soms twee tot drie per dag), ondergoed en handdoeken heeft om de week door te komen. Verder spreek ik met de sociaal assistente van het ziekenhuis af dat er tijdens mijn afwezigheid geen dringende beslissingen genomen worden omtrent de ‘plaatsing’ van nonkel Maurice. Nog even de noodzakelijke contactgegevens doorgeven met de uitdrukkelijke vraag me enkel in uiterste noodgeval te contacteren en dan kunnen we vertrekken.

Voor het eerst in anderhalf jaar kan ik het ook allemaal een beetje loslaten. Het heeft dan wel heel wat voorbereiding gekost om deze week voor onszelf te kunnen reserveren, maar het is het zeker waard… zo zit ik op donderdagnamiddag in een gezellig café in Nieuwpoort nog te vertellen. En dan rinkelt mijn mobiele telefoon. Het is het ziekenhuis. Er is een plaats vrij in dat ene ‘slechte’ rusthuis en er moet NU beslist worden. Einde vakantie dus… want ik zit met mijn hoofd natuurlijk weer helemaal thuis en moet nu echt héél kort op de bal spelen. Ik besluit zélf contact op te nemen met dat rusthuis om eventueel enkele dagen uitstel van beslissing te krijgen. Ik moet praten als Brugman, maar het lukt uiteindelijk wel de vrijgekomen kamer in optie te nemen. Mijn volgende telefoontje is naar de sociaal assistente van het plaatselijke rusthuis. Zij vertelt me inderdaad ook gecontacteerd geweest te zijn door het ziekenhuis, maar heeft op dat moment jammer genoeg geen kamer vrij. Het laatste telefoontje op deze donderdagnamiddag is er eentje naar het ziekenhuis. Blijkt dat het niét zo is dat nonkel Maurice nu meteen uit het ziekenhuis ontslagen moet worden, maar gelet op de vrijgekomen plaats in dat rusthuis moet er wél een beslissing genomen worden. Op mijn vraag of men tenminste de mening van nonkel Maurice zélf gevraagd heeft over dit alles, krijg ik te horen dat het hij zélf is die gevraagd heeft mij te contacteren omdat hij volledig op mijn beslissing vertrouwt.

De hele nacht lig ik wakker… en eigenlijk is er maar één oplossing: ik moét en zál een plaatsje voor nonkel Maurice versieren in het plaatselijke rusthuis. Nu is er iemand die vele jaren geleden eens tegen me zei: geluk is iets wat je afdwingt… en eigenlijk ben ik daar gaandeweg héél erg in gaan geloven. Niet dat het dan allemaal zomaar vanzelf in je schoot geworpen wordt… nee, je moet er vaak echt helemaal voor gaan en het onderste uit de kan halen en ook écht geloven en vertrouwen op een goede uitkomst… maar heel vaak loont dat dan ook en lijkt het ‘toeval’ dan ineens méé te werken. En zo gebeurt het ook deze keer. Al mijn inzet wordt op vrijdagochtend beloond wanneer ik uiteindelijk, na alweer talloze telefoontjes, een berichtje krijg van het plaatselijke rusthuis of ik hen zo snel mogelijk kan contacteren. De sociaal assistente is zélf hoorbaar blij wanneer ik haar opbel en zij mij het goede nieuws kan meedelen dat ze een kamer vrij hebben voor nonkel Maurice. Na nog wat heen en weer getelefoneer met het ziekenhuis wordt de datum van opname in het rusthuis bepaald op 19 januari 2010. Met een zucht van verlichting stap ik een uurtje later in de wagen richting huiswaarts. Dat dit nog lang niet het einde van het verhaal is, kunnen we op dat moment – gelukkig – niet vermoeden.

Advertenties

Over Martine Vangaver

ben passioneel bezig met het ijveren voor meer toegankelijkheid van de sociale voorzieningen voor de meest zorgbehoevenden in onze maatschappij en schrijf daarover op https://martinevangaver.wordpress.com/ Verder ben ik als voorzitster van Ziekenzorg CM Leefdaal (vanaf 24 september Samana) even passioneel bezig met de verjonging en vernieuwing van onze plaatselijke werking
Dit bericht werd geplaatst in mantelzorg, OCMW, opname RVT (of WZC - woon- en zorgcentrum), voorlopig bewindvoering, Wegwijzer en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s