Voorlopige bewindvoering in de praktijk


Alvorens verder te lezen: zie “belangrijke algemene opmerking” op startpagina!!!

Als voorlopig bewindvoerder moet je de inkomsten en de uitgaven van de beschermde persoon beheren als een goede huisvader. Verder kan de voorlopig bewindvoerder de beschermde persoon ook vertegenwoordigen bij het afsluiten van bepaalde contracten. Dit alles houdt echter ook in dat je als voorlopig bewindvoerder in de praktijk vaak in contact komt met officiële instanties en dat je daarbij de belangen van de beschermde persoon zo goed mogelijk moet verdedigen. Maar jammer genoeg verloopt dat niet altijd even vlot, zoals ik aan den lijve mocht ondervinden.

Op 14 juni 2009 belt de postbode ’s ochtends vroeg aan met de mededeling dat hij een gerechtsbrief voor me heeft. Het is de officiële uitnodiging voor de zitting op 18 juni e.k. waarop ook de secretaris van het plaatselijke OCMW uitgenodigd is. Zo absurd eigenlijk dat ik met hem niet tot een overeenkomst ben kunnen komen en dat een ‘ingreep’ van de vrederechter noodzakelijk is om uitkomst te bieden. De moeilijkheden begonnen eigenlijk al in maart toen ik – met het oog op de inschrijving van mijn schoonmoeder in een rusthuis – door dat welbepaalde rusthuis verplicht werd om daarbij meteen te zorgen voor een principiële betalingsverbintenis van het OCMW.  Daarbij stelde de secretaris, die verantwoordelijk was voor het al dan niet voorleggen van mijn vraag aan de Raad van het OCMW, dat zoiets eigenlijk nooit gedaan werd en stelde zich daarbij heel erg rigide op. En nu is de situatie eigenlijk nog véél erger. Want niettegenstaande ik, met heel veel moeite, enkele maanden geleden uiteindelijk dan toch die principiële betalingsverbintenis kreeg, komen we nu absoluut niet tot een vergelijk als het gaat om de effectieve betalingsverbintenis nu mijn schoonmoeder is opgenomen en ik wellicht héél binnenkort – als voorlopig bewindvoerder – niet meer voldoende financiële middelen zal hebben om de maandelijkse factuur van het rusthuis te betalen. En dat allemaal omdat ik – naar mijn bescheiden mening en gebruik makend van gewoon logisch boerenverstand – in mijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder niet kan voldoen aan de voorwaarde die het OCMW stelt bij de goedkeuring van die betalingsverbintenis, namelijk de toetreding tot het systeem I waarbij alle inkomsten van mijn schoonmoeder zouden moeten gestort worden op een rekening die dan beheerd zou worden door het OCMW. Maar als je gewoon even logisch nadenkt en als je wéét dat je als voorlopig bewindvoerder verantwoordelijk bent voor het beheer van alle goederen van de beschermde persoon en dat je ook verplicht bent om jaarlijks een verslag daarover te bezorgen aan de vrederechter, dan voél je toch al gewoon dat zoiets niet verenigbaar is met het systeem I van het OCMW. Enfin, op 18 juni wordt dit hopelijk uitgeklaard en ik stel mijn hoop in de Vrederechter, een héél erg bekwame en correcte maar ook wijze, meelevende en rechtvaardige vrouw.

In de dagen voor de bewuste zitting ben ik in mijn hoofd natuurlijk vaak bezig met het hele thema. Het is ook niet iets waarover ik op dat moment met mijn man kan praten. Die heeft immers al zijn energie nodig om te herstellen van de ingrijpende operatie. Wanneer ik hem bezoek in het ziekenhuis – en dat doe ik iedere dag van twee tot acht met een kleine onderbreking om voor mijn schoonbroer te gaan koken en zorgen – bespaar ik hem overigens alle overige dagelijkse beslommeringen. Ik leef ook héél erg in het moment zelf tijdens deze periode en waneer ik bij mijn man ben, is dat ook het enige wat van belang is op dat moment. Maar dat neemt niet weg dat de geplande zitting me bezighoudt en zoals dat bij mij gaat, overloop ik in mijn hoofd zowat alle mogelijke scenario’s die zich dan kunnen afspelen. Het is mijn manier om me zo goed mogelijk voor te bereiden. Ik overloop in gedachten ook vaak de discussie die ik in het kantoor van de secretaris had, waarbij hij mij notabene verweet niet te willen meewerken. Het OCMW zou volgens zijn zeggen ettelijke gelijkaardige dossiers hebben waarin men samenwerkt met een advocaat-voorlopig bewindvoerder die helemaal geen problemen maakt. Als ik het goed begrepen heb, zou het OCMW dan bij wijze van spreken de taak van die voorlopig bewindvoerder overnemen en alle rekeningen betalen én ook het jaarverslag opmaken dat bestemd is voor de vrederechter. Ik kan het maar moeilijk geloven… en dan nog… zelfs áls het zo zou zijn, betekent dat nog altijd niet dat ik me daartoe moet lenen. Want ik neem mijn ‘opdracht’ als voorlopig bewindvoerder heel erg ernstig en wil dat – zoals ik dat eigenlijk met alles doe – heel graag volgens de regels doen.

En dan wordt het 18 juni. Om 10 uur zit ik in de wachtzaal van het Vredegerecht… vrij rustig omdat ik gewoon wéét dat ik helemaal niets fout gedaan heb en dat ik echt alle recht heb om mijn ‘rechten’ af te dwingen. Eventjes denk ik dat de secretaris zijn kat zal sturen, want het wordt kwart na tien, half elf, kwart voor elf… en nog geen secretaris te zien. Maar dan uiteindelijk komt hij binnen. Hij is op dat moment de vriendelijkheid zelve en excuseert zich voor zijn laattijdigheid. Ik vergeef hem oprecht maar ben wel op mijn hoede om reeds hier in de wachtzaal, zonder de aanwezigheid van de vrederechter – met hem over de zaak te praten. Gelukkig komt de vrederechter, vergezeld van de hoofdgriffier, al snel de gang opgelopen en kan de zitting beginnen.

Maar het is al snel duidelijk dat mijn ‘reactie’ om dit alles ‘officieel’ te maken en de zaak te proberen uitklaren met behulp van de vrederechter, bij de man in het verkeerde keelgat is geschoten. Meteen nadat de vrederechter de kern van het probleem benoemt, maakt de man zich kwaad en het is voor iedereen al snel duidelijk dat we gewoon geen stap verder komen. Het lijkt wel alsof deze man niemand vertrouwt en er bij voorbaat van uitgaat dat ik er als voorlopig bewindvoerder van mijn schoonmoeder en mijn schoonbroer alleen maar op uit ben om mezelf te verrijken en het ‘gemeenschapsgeld’ te gaan gebruiken om grote en onnodige kosten te maken voor het opkalefateren van de eigendomswoning van mijn schoonmoeder. Ik begrijp echt absoluut niet waar de denkwijze van deze man vandaan komt en probeer hem duidelijk te maken dat ik helemaal niets van dat alles plan. Maar hij lijkt wel oog- en oorkleppen op te hebben want zelfs mijn aanbod van totale openheid wat betreft inkomsten en uitgaven naar het OCMW toe, kan hem absoluut niet milder stemmen. De man maakt zich voortdurend kwaad… gaat zelfs zo ver dat hij – weliswaar in ietwat bedekte termen, maar eigenlijk toch niet mis te verstaan – zijn wantrouwen uitspreekt tegenover de vrederechter. Dit heeft gewoon geen zin… dat begrijpt ook de vrederechter. En op zo’n ogenblik kan je eigenlijk niet anders dan vaststellen dat je het niet eens wordt… al praat je nog uren verder. De vrederechter besluit de zitting dan ook door exact dat uit te spreken en ze beslist dat ze zelf contact zal opnemen met de voorzitter van het OCMW teneinde een afspraak te maken voor een nieuwe zitting. Maar met de vakantiemaanden voor de deur is dat wellicht niet meteen aan de orde. Daarom bevraagt ze mij nogmaals uitdrukkelijk en met heel veel medeleven of ik het zolang nog red. Ik kan niet anders dan zeggen dat ik blijvend mijn best zal doen om de eindjes verder aan elkaar te knopen. Op die noot wordt de zitting gesloten en nemen we afscheid van elkaar. De secretaris vertrekt na een koele handdruk, terwijl zowel de vrederechter als de hoofgriffier bij mij nog oprecht geïnteresseerd informeren naar de gezondheidstoestand van mijn man. Ze drukken me ook allebei op het hart dat het allemaal wel in orde zal komen en dat ik me niet te veel zorgen moet maken. Op zich natuurlijk makkelijke woorden, want ik ben wel diegene die het de komende maanden allemaal maar moet zien op te lossen… maar toch geeft het me een ontzettend warm gevoel. Want ik wéét dat beide vrouwen deze woorden niet ‘zomaar’ uitspreken. Ze voelen oprecht met me mee, daar twijfel ik echt geen moment aan… en dat geeft me ook ergens de kracht om er weer vol tegenaan te gaan en te blijven geloven in een goede afloop. En ofschoon deze zitting op zich een maat voor niets was, is het toch weer een stap voorwaarts in het hele proces.

En dan is het alweer tijd voor de volgende verplichtingen van de dag… want het leven gaat alsmaar verder… Boodschappen doen, een blitzbezoekje aan mijn schoonmoeder in het rusthuis, snel iets eten, op bezoek bij mijn man, koken voor mijn schoonbroer, opnieuw op bezoek bij mijn man, thuis koken, praten met mijn dochter, nog wat huishoudelijke taken, de administratie bijwerken… en dan ben ik alweer helemaal klaar met deze dag…

Advertenties

Over Martine Vangaver

ben passioneel bezig met het ijveren voor meer toegankelijkheid van de sociale voorzieningen voor de meest zorgbehoevenden in onze maatschappij en schrijf daarover op https://martinevangaver.wordpress.com/ Verder ben ik als voorzitster van Ziekenzorg CM Leefdaal (vanaf 24 september Samana) even passioneel bezig met de verjonging en vernieuwing van onze plaatselijke werking
Dit bericht werd geplaatst in OCMW, voorlopig bewindvoering, Wegwijzer en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s