Duizendpoot en kameleon…


In ons leven vervullen we vaak verschillende ‘rollen’ tegelijk… we zijn kind van onze ouders, ouder van onze kinderen, we zijn partner in al zijn facetten en op het werk zijn we de ene keer collega maar soms ook ‘ondergeschikte’ en een andere keer dan weer ‘leidinggevende’. Als mantelzorger moet je daarbij ook nog eens duizendpoot en kameleon tegelijkertijd zijn… want je moet niet alleen heel veel dingen doén, je moet vooral gevoelig zijn voor de ‘stemming’ en je houding en tempo daaraan aanpassen… zo heb ik het althans ervaren.

Dinsdag 12 mei 2009, half acht ’s ochtends.  Het eerste telefoontje van de dag – en ik hou mijn hart al vast voor de telefoonfactuur van deze maand – is er eentje naar het rusthuis om te vragen hoe mijn schoonmoeder de eerste nacht is doorgekomen. Want de ‘zorg’ om haar welzijn blijft toch… ook al is ze nu opgenomen in het rusthuis en wéét je dat ze daar goed verzorgd is, je blijft je verantwoordelijk voelen en ergens knaagt toch ook een beetje het schuldgevoel. Ook al wéét je dat dat schuldgevoel totaal onterecht is, want dit is echt voor iedereen de enige ‘juiste’ oplossing. Maar het is toch een hele opluchting als ik te horen krijg dat ze een rustige nacht gehad heeft.

Tijd voor het volgende telefoontje. Hopend dat mijn schoonbroer op tijd is opgestaan en dat hij inmiddels klaar is om naar het werk te vertrekken. De telefoon blijft rinkelen. Ik probeer het opnieuw en opnieuw en na vier pogingen neemt hij eindelijk met een slaperige stem de telefoon op. Ondertussen denk ik koortsachtig na, want als hij zich nu nog helemaal moet klaarmaken is hij te laat om nog met de bus tijdig op het werk te geraken. Gelukkig heb ik vanochtend vroeg mijn man naar kantoor gebracht zodat ik de auto ter beschikking heb. Zijn eerste vraag is hoe het met moeder is. Ik ben dan ook blij dat ik vanochtend al even contact had met de afdeling waar mijn schoonmoeder verblijft en dat ik hem kan geruststellen.

Het feit dat hij zich overslapen heeft en de consequenties daarvan, lijken bij hem helemaal niet door te dringen. Met mijn ‘opvoederspet op’ probeer ik hem, zonder hem verwijten te maken, toch duidelijk te maken dat hij in de toekomst beter zijn best zal moeten doen en dat hij bovendien vandaag tóch ook moet gaan werken. Hij sputtert wel wat tegen maar ik wéét dat ik nu moet doorzetten want anders geef ik hem een totaal verkeerd signaal. Dus geef ik hem de opdracht zich te wassen, aan te kleden en te ontbijten en te zorgen dat hij tegen negen uur klaar is zodat ik hem voor deze ene keer met de wagen naar het werk kan brengen. In mijn hoofd pas ik ondertussen mijn planning aan. In plaats van te bellen met de administratief verantwoordelijke van het arbeidszorgproject met de vraag of mijn schoonbroer vanaf volgende week fulltime zou kunnen werken, kan ik de vraag nu rechtstreeks ter plaatse stellen. Dat heeft bovendien het grote voordeel dat ik eventueel noodzakelijke papieren meteen kan tekenen. En bovendien kan ik de rechtstreekse begeleiders van het arbeidszorgproject ook even persoonlijk spreken over de toch wel drastische veranderingen in het dagdagelijkse leven van mijn schoonbroer.

Wanneer ik om negen uur bij hem aankom, staat hij al helemaal klaar om te vertrekken. Ondanks de wat valse start vanochtend, geef ik hem toch zoveel mogelijk complimentjes over het feit dat hij alleen zijn plan getrokken heeft. En dat werkt, want op zijn gelaat verschijnt een brede glimlach. Ik let er ook heel bewust op dat ik mijn eigen ‘gejaagdheid’ omwille van alles wat vandaag nog moét, niet op hem overdraag want hij is daar uitermate gevoelig voor. Gezellig pratend rijden we naar het arbeidszorgproject waar hij nu toch al zo’n zevental maanden werkt. Daar aangekomen, merk ik dat hij er een vaste routine heeft en ik ben dan ook uiterst voorzichtig die door mijn aanwezigheid niet te veel te verstoren. Het is ook heel fijn om vast te stellen dat hij een aangenaam sociaal contact lijkt te hebben met de andere jongens en meisjes die er werken.

Terwijl mijn schoonbroer zich gaat klaarmaken, stap ik naar het kantoortje en zet ondertussen weer een andere ‘pet’ op. In het gesprek met de verantwoordelijke leg ik vooral de nadruk op het zo veel mogelijk gezamelijk ‘afstemmen’ van de zorg voor mijn schoonbroer, want zonder hun feedback over hoe mijn schoonbroer zich overdag bij hen gedraagt, kan ik moeilijker inschatten hoe hij de opname van moeder verwerkt. Op de vraag of het mogelijk is dat hij vanaf volgende week full-time aan het werk gaat, krijg ik gelukkig een bevestigend antwoord. Er moet dan wel een nieuwe vrijstelling worden aangevraagd bij de RVA, maar dat zou in principe geen enkel probleem mogen geven. So far so good…

In het huiswaarts rijden, kom ik voorbij het huis van nonkel Maurice en vermits mijn taak als mantelzorger voor hém ook steeds duidelijker wordt en omdat ik wéét hoe zwaar de opname van mijn schoonmoeder in het rusthuis ook hém valt, spring ik ook even bij hem binnen. En omdat ik toch enigszins gehaast ben om thuis verder alle adminstratieve taken aan te vatten die ik me heb voorgenomen, valt het me eens te meer op hoe ánders het leven van deze 80-jarige man er uitziet dan het mijne. De uiterst primitieve boerestee waar hij woont, zijn sobere levensstijl zonder TV, telefoon, computer, enz… Het dwingt mijn ‘tempo’ meteen naar beneden en brengt me al snel weer tot de essentie: pure menselijke aandacht voor elkaar. Ik neem dus rustig even de tijd om te gaan zitten op één van de vier stoelen die steevast op een rijtje tegen de muur staan in de woonplaats van 4 op 4… verder alleen een oude keukentafel waaraan nonkel Maurice op zijn vaste plaatsje zit, de oude kachel met zijn warme kolengloed en een vitrinekastje waarin het mooie porselein van zijn al lang overleden ouders staat te pronken. De meest eenvoudige setting die je je maar kan voorstellen. Ik vertel hem rustig dat ik vanochtend al gebeld heb met het rusthuis en dat het best goed gaat met mijn schoonmoeder, de vrouw die in werkelijkheid zijn nicht is maar voor hem als een jongste zusje is. Ik merk dat hij nog steeds heel erg aangeslagen is over het nieuws van haar toch wel snelle opname en ook het louter feit dat ze dementerend is, is iets wat hij maar moeilijk lijkt te kunnen verwerken. Een beetje voorzichtig stel ik hem voor om eens samen op bezoek te gaan in het rusthuis, maar ik merk meteen dat hij daar nog niet aan toe is en voeg er meteen aan toe dat daar ook geen haast bij is. Omdat ik merk dat het hem emotioneel allemaal wat te veel wordt, laat ik het hele thema rusten en vraag of ik nog iets voor hem kan doen vandaag. Als ik het zo vraag, weet hij altijd wel één of ander taakje voor me te verzinnen waardoor hij zich eigenlijk verzekert van een volgend bezoekje van mij. Ik kan dan ook een glimlach niet onderdrukken wanneer hij me vraagt om naar de slager te gaan om vlees voor zondag te bestellen en tegelijk wat charcuterie mee te brengen. Ik beloof hem dat ik dat vanavond breng wanneer ik klaar ben met koken voor mijn schoonbroer.

Eens terug in de auto, draaien mijn gedachten weer op volle toeren, want er staat nog heel wat op het programma vandaag. Zo moet ik heel wat instanties op de hoogte brengen van de opname van mijn schoonmoeder in het rusthuis én ik wil ook zo snel mogelijk de situatie met het OCMW ivm de betalingsverbintenis en de daaraan verbonden voorwaarden uitklaren. Wanneer ik thuiskom, kruip ik dan ook helemaal in mijn rol van voorlopig bewindvoerder en werk alle administratieve taken één voor één af. In een telefoontje aan het vredegerecht probeer ik alle vragen waarmee ik zit naar aanleiding van de opname van mijn schoonmoeder zo kort mogelijk uiteen te zetten. De hoofdgriffier die ik aan de lijn heb, ként het dossier en de specifieke situatie van mijn schoonbroer en raadt me aan alles maar eens rustig op papier te zetten. Want er is niet alleen de kwestie met het OCMW maar ook alle vragen ivm het blijven wonen van mijn schoonbroer in het huis dat eigenlijk eigendom is van mijn schoonmoeder en het feit dat hij dus eigenlijk ook gebruik maakt van haar inboedel, met daarnaast ook alle vragen ivm de betaling van brandverzekering en onroerende voorheffing. Het wordt uiteindelijk een brief van drie bladzijden.

Vermits ik niet alleen voorlopig bewindvoerder en mantelzorger ben maar ook huisvrouw, echtgenote en moeder, is het al snel weer tijd om mijn volgende rol op me te nemen en mijn man van kantoor te halen. Alle brieven die klaar zijn voor verzending neem ik mee en doe ik onderweg op de bus. Meteen nadat we thuis komen, is het alweer tijd om naar mijn schoonbroer te gaan want nu de gezinshulp van het OCMW niet meer komt, moet ik zélf gaan koken voor hem. En natuurlijk blijft het niet bij koken alleen want hij moet natuurlijk ook zijn verhaal kwijt kunnen en verder moeten er ook heel wat praktische zaken en huishoudelijke taken nu door ons worden opgenomen.  Mijn schoonbroer komt opgewekt thuis en ik merk aan zijn hele houding en gedrag dat hij blij is met het gevoel van huiselijkheid dat ontstaan is door het feit dat ik aan het koken ben. Hij is ook kinderlijk nieuwsgierig wat ik aan het klaarmaken ben en hangt al snel met zijn neus boven de kookpotten. Het vervult me met een enorm gevoel van voldoening. Nadat hij gegeten heeft, en nadat ik de badkamer op orde gezet heb en zijn wekker voor morgen heb gezet, blijf ik nog even met hem napraten. Ik vraag hem om straks meteen de vaat te doen en te zorgen dat keuken netjes is en besef op dat moment dat ik de komende weken echt wel met hem zal moeten werken aan een soort van nieuwe routine en ik hoop toch dat ik hem daarbij nog wat nieuwe vaardigheden kan bijbrengen. Bij het afscheid druk ik hem nog eens goed op het hart dat hij morgenochtend meteen moet opstaan als zijn wekker afloopt en hij belooft me plechtig dat te zullen doen. Toch neem ik me voor om hem morgenochtend tijdig te bellen om te zien of hij effectief óp is, want morgen moet ik met mijn man om negen uur in het ziekenhuis zijn voor de geplande biopsie. Maar goed, dat zijn zorgen voor morgen. Eerst maar weer naar huis, koken voor mijn gezinnetje, nog wat huishoudelijke taken… en dan zit ook deze dag er weer helemaal op.

Advertenties

Over Martine Vangaver

ben passioneel bezig met het ijveren voor meer toegankelijkheid van de sociale voorzieningen voor de meest zorgbehoevenden in onze maatschappij en schrijf daarover op https://martinevangaver.wordpress.com/ Verder ben ik als voorzitster van Ziekenzorg CM Leefdaal (vanaf 24 september Samana) even passioneel bezig met de verjonging en vernieuwing van onze plaatselijke werking
Dit bericht werd geplaatst in mantelzorg, mentaal gehandicapt, voorlopig bewindvoering, Wegwijzer en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Duizendpoot en kameleon…

  1. Nelly Hillaert zegt:

    Ik kijk elke maand weer uit naar uw nieuwsbrief en heb enorm veel bewondering voor mantelzorgers. Doe er zelf als andersvalide beroep op en weet ten zeerste te waarderen wat er alemaal voor mij gedaan word. Een dikke pluim voor uw niet aflatende inzet verdient u wel.

    Like

  2. anne vrancken zegt:

    Martine je bent echt een duizendpoot gelukkig zijn er mensen zoals jij !!! Dikke kus en ben weeral benieuwd naar het vervolg .

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s