De vrederechter over de vloer…


Belangrijke opmerking vooraf: Op 1 september 2014 werd de nieuwe wetgeving omtrent ‘bewindvoering’ van kracht. Deze nieuwe wetgeving bracht heel wat wijzigingen met zich mee. Concreet betekent dit dat heel veel dingen van wat ik hier de voorbije jaren schreef vanuit mijn ervaring als voorlopig bewindvoerder voor mijn schoonbroer en voor mijn schoonmoeder zaliger, achterhaald zijn of minstens gewijzigd. Voor alle vragen ivm de nieuwe wetgeving en de toepassing ervan, kan je altijd terecht bij de griffie van het Vredegerecht.

Iedereen kan zich het gevoel wel een beetje voorstellen denk ik… het ietwat angstige, onzekere, onderdanige gevoel dat je kan bekruipen als je met ‘het gerecht’ in aanraking komt. Probeer je dan eens voor te stellen hoe het moet voelen voor een 77-jarige dementerende vrouw en haar 46-jarige mentaal gehandicapte zoon met een mentale leeftijd van een kind van zeven, wanneer de vrederechter bij hen thuis over de vloer komt en ze niet eens helemaal begrijpen wat precies de bedoeling daarvan is…

25 oktober 2008.  Tegen drie uur verwachten we de vrederechter ten huize mijn schoonmoeder. Als alles goed gaat zal de vrederechter mij straks aanduiden als voorlopig bewindvoerder voor zowel mijn schoonmoeder als mijn schoonbroer. Dat is het plan althans. Want stel je voor wat er zou gebeuren mocht de vrederechter van oordeel zijn dat er helemaal geen probleem is en dat die twee geen voorlopig bewindvoerder nodig hebben. Of stel je voor dat ze vindt dat ik die functie niet op mij zou kunnen of mogen nemen… stel dat ze een advocaat aanstelt als voorlopig bewindvoerder, wat dan? Die gedachte is al meermaals door mijn hoofd gegaan, misschien absurd, maar toch… Het zou er ons leven écht niet makkelijker op maken. Want niettegenstaande mijn schoonmoeder en schoonbroer dan wel ‘beschermd’ zouden zijn, je zou hen denk ik nooit aan het verstand kunnen brengen dat ze voor iedere aankoop bij wijze van spreken de toestemming nodig zouden hebben van die advocaat. Er zou wellicht een soort van ‘driehoek’ ontstaan, waarbij wij (of ik) alle vragen zouden krijgen om dingen aan te kopen of om simpelweg de boodschappen te doen en waarbij wij dan maar zouden moeten zien het voorgeschoten bedrag terug te krijgen. Bovendien vrees ik een beetje dat al het ‘werk’ dat ik er tot nu toe heb ingestoken om wat structuur in hun leven te krijgen, teniet zal gedaan worden en dat ze dan bijvoorbeeld een bepaald bedrag aan leefgeld per maand zullen krijgen waarmee ze dan weer niet zullen weten om te gaan. Maar misschien heb ik in mijn doemdenken ook wel een totaal verkeerd beeld van hoe zo’n advocaat als voorlopig bewindvoerder dan te werk gaat. Laat ons maar even positief blijven denken en hopen dat de vrederechter ten eerste ziét hoe schrijnend de situatie wel is en ten tweede dat ze mij geschikt vindt als voorlopig bewindvoerder.

Het is kwart voor drie en we zijn er allemaal. Mijn man en ik, mijn schoonzusje, mijn schoonbroer en mijn schoonmoeder. Gewapend met alle administratie die ik – reeds volgens de regels van de kunst – de laatste maanden heb bijgehouden voor mijn twee zorgenkinderen, zet ik me aan de eettafel. Mijn man zit naast me. Mijn schoonbroer zit in de zetel in een hoekje van de kamer en mijn schoonzusje en schoonmoeder zitten in de driezit, maar dan wel ieder aan de uithoek ervan. Er wordt gepraat over koetjes en kalfjes en het lijkt wel alsof zowel mijn schoonzusje als mijn man krampachtig het hele thema ‘vrederechter’ en de reden waarom we daar allemaal samen zijn, proberen te vermijden. Mijn schoonbroer zit stilletjes in zijn hoekje en kijkt zowat elke minuut naar de klok. Ik merk zijn onrust. Mijn schoonmoeder daarentegen lijkt zich nergens van bewust. Ze is het ook vast allemaal alweer vergeten en vindt het gewoon gezellig alledrie haar kinderen weer eens bij zich te hebben.

De tijd kruipt voorbij… drie uur… drie uur kwart… half vier… Mijn schoonbroer houdt het niet meer. Hij wil weg en maakt dat ook duidelijk… “wat denken die wel? Dat hij de hele tijd gaat zitten wachten? Die dikke nekken denken dat ze het zijn en dat ze zich alles kunnen permitteren”… zo stuift hij op. Ik probeer hem te kalmeren en vraag hem waar hij dan zo dringend heen moet. Dat werkt. Maar zélf voel ik me inmiddels toch ook ongemakkelijk bij de vertraging. Je voélt de spanning immers heel erg hangen in huis. Om kwart voor vier bel ik toch maar even naar de griffie van het vredegerecht. De datum en het uur zijn correct – want soms begin je aan alles te twijfelen – maar het is behoorlijk druk. De vrederechter heeft vier huisbezoeken vanmiddag en zal vast ergens wat vertraging hebben opgelopen. Nog even geduld, ze komt… zo krijg ik te horen.

Kwart over vier gaat de bel. Ik ben blij dat ik kan opstaan om de deur te gaan openen. Dat breekt de spanning die ik nu toch ook heel duidelijk voel. Zo absurd eigenlijk, want de vrederechter en de hoofdgriffier die haar vergezelt zijn natuurlijk ook maar gewone mensen. Ik begroet hen vriendelijk en begeleid hen naar de woonkamer. De vrederechter begroet iedereen afzonderlijk en met heel veel aandacht. Mijn schoonmoeder is super-beleefd en vriendelijk… een beetje ‘gemaakt’, zoals ze eigenlijk altijd al geweest is. Mijn schoonbroer is vrij bot in zijn antwoorden. De sfeer is vrij gemoedelijk, maar tegelijk gaat het er ook heel erg ‘officieel’ aan toe. Bij de vraag van de vrederechter naar identiteitsgegevens en dergelijke, wordt het haar al snel duidelijk dat ik de hele familie eigenlijk ‘leid’. Mijn man toont zich nog min of meer betrokken, maar zowel mijn schoonmoeder en schoonbroer als mijn schoonzusje zitten er maar stilletjes bij. Wanneer alle noodzakelijk gegevens genoteerd zijn, gaat de vrederechter een schijnbaar ‘gewoon’ gesprek aan met mijn schoonmoeder en schoonbroer. Ze vraagt hen hoe dat zo gaat om onder hun tweetjes samen te wonen. Mijn schoonmoeder die blijkbaar enkel het woordje ‘wonen’ gehoord heeft, schiet bijna meteen in de verdediging en is blijkbaar bang dat dit – in haar ogen althans – de zoveelste poging is om haar zoon bij haar weg te halen. De vrederechter stelt haar meteen gerust. Ik kijk met enige bewondering naar deze vrouw die aan de ene kant heel veel autoriteit uitstraalt maar die tegelijk ook de gemoedelijkheid heeft van een vriendin aan wie je alles kwijt kan. Ze heeft ook duidelijk heel wat mensenkennis en ik voél gewoon dat ze de situatie al heel snel vrij correct weet in te schatten. De verwardheid van mijn schoonmoeder wordt ook al heel snel duidelijk in het gesprek, zelfs voor mijn schoonbroer. Want ik zie hem af en toe met grote ogen kijken naar moeder. Zelf blijft hij heel terughoudend in zijn antwoorden. Het is ook niet eenvoudig om een echt gesprek met hem te hebben in zo’n setting. Hij beperkt zich dan al makkelijk tot ja-en-nee-antwoorden.

De vrederechter lijkt genoeg te weten en richt zich nu tot mij. Het financiële aspect wordt overlopen aan de hand van alle gegevens en documenten die ik netjes in twee mappen verzameld heb. Vervolgens richt ze zich tot mijn schoonzusje of zij zich kan vinden in de manier waarop ik de laatste maanden de zorg voor dat financiële op me genomen heb. Mijn schoonzusje bevestigt dat en haar hele lichaamstaal geeft ook aan dat ze zich daar zélf eigenlijk helemaal niets wíl van aantrekken. Dan stelt de vrederechter dezelfde vraag aan mijn schoonmoeder en schoonbroer… op een positieve manier geformuleerd, in eenvoudige bewoordingen en hen het gevoel gevend dat dit ‘iets goeds’ is. Ze stemmen allebei volmondig in.

De ‘zitting’ wordt afgerond. De vrederechter richt zich opnieuw tot mij en zegt dat het wel duidelijk is dat hier moest ingegrepen worden en dat ik dat goed gedaan heb tot nu toe, maar dat het ook beter is om het nu allemaal officieel te doen… onder toezicht dus. En eerlijk gezegd, ben ik daar ook blij om… want op dit moment is de onderlinge verstandhouding met mijn schoonfamilie goed en ik zal ook altijd alles met de allerbeste bedoelingen doen… maar wat als er ooit eens iets fout loopt en er is géén toezicht? Enfin, dat is dus niet meer aan de orde. De vrederechter vertelt hoe het nu verder gaat. Over enkele weken zullen we het vonnis ontvangen waarbij ik aangesteld word als voorlopig bewindvoerder. De vrederechter verwittigt me ook dat ik toch wel moet rekenen op een maand werk om alles in orde te krijgen… het contacteren en aanschrijven van alle nutsbedrijven en alle officiële instanties, het opmaken van de inventaris… Maar ze zegt ook dat ze er vertrouwen in heeft dat ik dat goed zal doen. Het geeft me een goed gevoel en op die noot nemen de vrederechter en de hoofdgriffier, die alles de hele tijd heeft genoteerd, afscheid van iedereen.

Ik laat hen uit en aan de voordeur drukt de vrederechter me nog eens op het hart dat ik nooit moet twijfelen om, als mijn schoonbroer of schoonmoeder toch nog ergens een soort van contract zouden tekenen of iets kopen of afbetaling of dergelijke, mijn rechten als voorlopig bewindvoerder uit te oefenen en alles wat ze tekenden ongeldig te laten verklaren. Ik beloof het en inwendig slaak ik een zucht van verlichting. Uiteindelijk was die vorm van bescherming, tesamen met het feit dat ze nu niet zomaar geld meer zouden kunnen afhalen van de bank, de hele bedoeling van dit alles.

Het was een lange weg met heel veel twijfels… maar het is dan ook niet iets waar je zomaar lichtvaardig mee om mag springen. Ik zie het ook als een nieuw begin… met een kans om wat meer rust te brengen voor iedereen…

Advertenties

Over Martine Vangaver

ben passioneel bezig met het ijveren voor meer toegankelijkheid van de sociale voorzieningen voor de meest zorgbehoevenden in onze maatschappij en schrijf daarover op https://martinevangaver.wordpress.com/ Verder ben ik als voorzitster van Ziekenzorg CM Leefdaal (vanaf 24 september Samana) even passioneel bezig met de verjonging en vernieuwing van onze plaatselijke werking
Dit bericht werd geplaatst in dementie, mentaal gehandicapt, voorlopig bewindvoering en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op De vrederechter over de vloer…

  1. Is zeer trots op haar mama!!! Het was een zeer moeilijke periode waar zij toch nog tijd wist vrij te maken om hierover met mij te praten zodat ik dit ook op een goede manier kon verwerken daar mijn meter vroeger toch een zeer grote rol speelde in mijn jongere leven. Al sinds het begin van deze moeilijke tocht voor het vinden van de juiste kanalen en dergelijke is de zorg voor haar gezin er ook nooit bij ingeschoten. Wanneer ik haar nodig had op moeilijke momenten stond zij altijd voor mij klaar en hielp er mij door ook al had ze op dat moment hele andere dingen aan haar hoofd. Ik ben heel trots op haar dat zij naast de zorg voor haar eigen gezin ook er dit nog bijgenomen heeft en dit steeds tot een goed einde weet te brengen en tegelijkertijd ook nog andere mensen wil helpen die zich in dezelfde situatie bevinden door het schrijven van deze blog.

    Like

  2. Lindsey zegt:

    Ik ken een ander geval van bewindvoerder heb al 17 jaar bewindvoerder en 17 jaar misserie heb zelf geen ziekte Niels gewoon bewindvoerder omdak ooit eens schulden had en heb al jaren geen schulden werkt al jaren zelf kryg nooit kleergeld voor my en my kinderen nooit geen overzichten kheb al naar vrederechter geweest en wort niet gelooft zeggen dan ze goede huis vader kinderen werden verwaarloos geen kleren en kreeg amper leergeld voor hun 30 euro per kind per week met gevolg dat ze niet ieder dag eten kin krygen en dat je dan gewoon niet worden gelooft

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s